Wat de energiebesparingsplicht inhoudt
De plicht is geregeld onder de Omgevingswet, in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor milieubelastende activiteiten en in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor gebouwen. Verplicht is elke energiebesparende maatregel die zich in vijf jaar of minder terugverdient.
De terugverdientijd berekent u met een methode en energieprijzen die wettelijk zijn vastgelegd. Welke maatregelen verplicht zijn, hangt daardoor niet af van de prijzen in uw eigen energiecontract.
Op één locatie kunnen twee partijen elk een eigen plicht hebben. De gebouweigenaar is verantwoordelijk voor de gebouwmaatregelen, tenzij contractueel anders is afgesproken. Voor de maatregelen die bij de activiteiten horen, is dat de organisatie die de activiteiten uitvoert.
De Erkende Maatregelenlijst
Welke maatregelen zich in elk geval binnen vijf jaar terugverdienen, staat in de Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML). De lijsten hebben delen voor gebouwen (bijvoorbeeld isolatie, ventilatie en verlichting), voor faciliteiten (zoals perslucht en productkoeling) en voor processen (zoals drogen en warmteterugwinning). Voor de glastuinbouw geldt een aparte lijst.
Voert u de erkende maatregelen uit die op uw locatie van toepassing zijn, dan voldoet u aan de besparingsplicht. Laat u een toepasselijke maatregel achterwege, dan moet u een gelijkwaardige of betere alternatieve maatregel nemen. De lijsten worden eens in de vier jaar geactualiseerd. Volgens RVO staat publicatie van de volgende versie in het Staatsblad gepland voor december 2026 (stand september 2026).
Wanneer uw locatie onder de plicht valt
De plicht geldt voor een locatie met een relevante milieubelastende activiteit én een jaarverbruik vanaf de drempel. Dat verbruik telt per locatie, niet per onderneming. Een organisatie met tien vestigingen die elk onder de drempel blijven, heeft voor die vestigingen geen energiebesparingsplicht, ook als het totaal er ver boven ligt.
| Jaarverbruik per locatie | Wat geldt |
|---|---|
| Onder 50.000 kWh elektriciteit én onder 25.000 m³ aardgas(equivalent) | Geen energiebesparingsplicht |
| Vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) | Energiebesparingsplicht en informatieplicht |
| Vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m³ aardgas(equivalent), in bedrijfstakken waarvoor het Rijk de milieuregels bepaalt | Onderzoeksplicht voor de activiteiten, informatieplicht voor de gebouwen |
Wat meetelt voor de drempel
Het gaat om al het energiegebruik van de activiteiten en gebouwen op de locatie, dus ook om energie die niet via de netaansluitingen binnenkomt.
- Energie die u op de locatie opwekt en zelf verbruikt, telt mee, ook al passeert die de meter van de netaansluiting niet.
- Opgewekte energie die u niet zelf gebruikt maar verkoopt, bijvoorbeeld via teruglevering aan het net, telt niet mee.
- Andere energiedragers, zoals diesel, stookolie en biomassa, rekent u om naar aardgasequivalent. RVO publiceert daarvoor omrekenfactoren.
- Brandstof voor voertuigen buiten de locatie, energie die als grondstof dient en het verbruik van woningen op de locatie blijven buiten beschouwing.
Uitzonderingen
De plicht geldt niet voor gebouwen met een woonfunctie. Ook gebouwen en activiteiten die uitsluitend hernieuwbare energie gebruiken die op de locatie zelf is opgewekt, vallen erbuiten. Verder zijn onder meer vrijstaande gebouwen met minder dan 50 m² gebruiksoppervlak uitgezonderd. Voor een gebouw dat maximaal twee jaar wordt gebruikt, geldt geen besparingsplicht; vanwege overgangsrecht moet u er voor de informatieplicht wel over rapporteren.
Informatieplicht: wat en hoe u rapporteert
Wie onder de energiebesparingsplicht valt, rapporteert eens in de vier jaar per locatie welke erkende maatregelen zijn uitgevoerd, welke niet, en welke alternatieve maatregelen zijn genomen. RVO vraagt daarnaast naar het adres en het energiegebruik van de locatie. De vorige ronde sloot op 1 december 2023; de volgende deadline is 1 december 2027.
U rapporteert in het eLoket van RVO. Daarvoor heeft u eHerkenning nodig van niveau 2+ of hoger, met een machtiging voor RVO-diensten. Ook een intermediair kan namens u rapporteren, als u die daarvoor machtigt. Rapporteert u over meer dan vijf locaties, dan kunt u een XML-upload gebruiken.
Bij een gehuurd pand ligt het voor de hand dat de partij die de maatregelen uitvoert, er ook over rapporteert. In sommige bedrijfstakken doet de gebouweigenaar dat ook voor de activiteiten van zijn huurders.
Onderzoeksplicht voor de grootste verbruikers
De onderzoeksplicht geldt voor locaties vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m³ aardgas(equivalent) per jaar, in bedrijfstakken waarvoor het Rijk de milieuregels bepaalt. Voor zo'n locatie laat u eens in de vier jaar een energiebesparingsonderzoek uitvoeren naar maatregelen die zich in vijf jaar of minder terugverdienen. Ook hier is de volgende deadline 1 december 2027.
Het onderzoek gaat alleen over de activiteiten op de locatie. Gebouwmaatregelen, zoals isolatie van de gebouwschil, rapporteert u via de informatieplicht.
Het onderzoeksrapport bevat onder meer:
- beschrijving van de locatie, de installaties en de processen;
- uitgevoerde maatregelen, met onderbouwing;
- analyse van het energiegebruik, inclusief onbenutte warmtestromen;
- analyse van de productiemiddelen, met een technische isolatiescan en een analyse van elektrische aandrijfsystemen vanaf 15 kW;
- inventarisatie van kosteneffectieve CO₂-reducerende maatregelen, met de terugverdientijd per maatregel;
- basischeck energiezorg;
- uitvoeringsplan voor de maatregelen die zich binnen vijf jaar terugverdienen.
Uw eigen deskundige medewerkers mogen het onderzoek uitvoeren; een extern adviesbureau is niet verplicht. Het bevoegd gezag beoordeelt wel de kwaliteit van het rapport. Een verkort rapport is toegestaan als u een certificaat heeft voor ISO 50001 of voor ISO 14001 in combinatie met ISO 14051. Dat geldt ook voor bepaalde andere certificaten, zoals op de CO₂-Prestatieladder.
De Europese auditplicht (EED)
De Europese Energie-efficiëntierichtlijn (EED) kent een eigen auditplicht. Waar de besparingsplicht per locatie werkt, kijkt de EED naar de onderneming als geheel.
Huidige regels: de omvang van de onderneming
Onder de huidige Nederlandse regels geldt de auditplicht voor grote ondernemingen: 250 fte of meer, of een jaaromzet van meer dan € 50 miljoen én een balanstotaal van meer dan € 43 miljoen. Partnerondernemingen en verbonden ondernemingen tellen daarbij mee. Eens in de vier jaar laat de onderneming een energie-audit uitvoeren die alle energiestromen omvat: gebouwen, processen, installaties en zakelijk vervoer.
Vrijgesteld zijn ondernemingen met een certificaat voor ISO 50001 of voor ISO 14001 in combinatie met ISO 14051, en ondernemingen met een keurmerk dat het ministerie van Klimaat en Groene Groei erkent.
Herziene EED: alleen het energiegebruik telt
Onder de herziene richtlijn, Richtlijn (EU) 2023/1791, hangt de auditplicht niet meer af van omzet of personeel. Bepalend is het gemiddelde jaarlijkse energiegebruik over de laatste drie jaar, voor alle energiedragers en alle vestigingen van het concern samen, inclusief verbonden ondernemingen.
- Vanaf gemiddeld10 TJongeveer 2,8 miljoen kWh per jaarEens in de vier jaar een energie-audit.
- Vanaf gemiddeld85 TJongeveer 23,6 miljoen kWh per jaarEen gecertificeerd energiebeheersysteem, zoals ISO 50001. Het bewijs moet uiterlijk 11 oktober 2027 zijn ingediend.
De Nederlandse regels treden naar verwachting eind 2026 in werking, via een wijziging van de Wet uitvoering EU-handelingen energie-efficiëntie en de regels die daarop zijn gebaseerd (stand september 2026). Tot dat moment blijft de huidige auditplicht gelden. Ondernemingen die door de herziening nieuw onder de plicht vallen, krijgen na de invoering een jaar voor hun eerste audit.
Toezicht en handhaving
Toezicht en handhaving liggen bij het lokale bevoegd gezag: meestal de gemeente, bij complexe bedrijven de provincie. In de praktijk voeren de omgevingsdiensten dit werk uit. Zij halen de rapportages voor de informatieplicht, de onderzoeksplicht en de EED-auditplicht op bij RVO.
Voldoet een rapportage niet, dan vraagt de omgevingsdienst om verbetering of aanvulling. Te laat rapporteren kan leiden tot handhaving met financiële gevolgen, zoals een last onder dwangsom.
Het verbruik per locatie onderbouwen
Of een locatie een drempel bereikt, bepaalt u aan de hand van het werkelijke energiegebruik. Dat is vaak verspreid over meerdere aansluitingen, elk met een eigen EAN-code. Zo stelt u het jaarverbruik per locatie vast:
- Breng per locatie alle EAN-codes voor elektriciteit en gas in kaart en tel per energiedrager het jaarverbruik op. Hoe meetdata per aansluiting tot stand komen, leest u bij EAN-codes en meetdata.
- Tel het eigen verbruik van zelf opgewekte stroom erbij: de opwek volgens de opwekmeting of de omvormer, min wat via de netaansluiting is teruggeleverd.
- Voeg andere energiedragers toe, zoals diesel of stookolie, omgerekend naar aardgasequivalent.
- Bewaar de onderliggende gegevens, zodat u aan de omgevingsdienst kunt laten zien hoe het verbruik is bepaald.
Voor het zoeken naar besparingsmaatregelen zijn kwartierwaarden bruikbaarder dan een jaartotaal. Een hoge basislast in de nacht, installaties die in het weekend doorlopen en pieken die niet bij de bedrijfsvoering passen, kunnen wijzen op plekken waar besparing mogelijk is. Voor de energieanalyse in het onderzoeksrapport is zo'n profiel een logisch vertrekpunt.
Energieregistratie als erkende maatregel
Op de EML staat maatregel GA1: een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem met rapportagefunctie. Het systeem bewaart het elektriciteitsgebruik per kwartier en het gas- en warmtegebruik per uur. Alleen een meetsysteem is niet genoeg: de maatregel vraagt ook om een verantwoordelijke binnen de organisatie en om vaste analysemomenten, aan het begin van het stookseizoen en direct na afloop ervan.
Wat betekent dit voor uw organisatie
Gegevens verzamelen en uitgevoerde maatregelen vastleggen kost tijd, zeker bij meerdere locaties. De data die daarbij tellen, staan hieronder op een rij.
Belangrijke data op een rij
- 1 december 2023De vorige rapportageronde voor de informatie- en onderzoeksplicht sloot.
- December 2026Publicatie van de volgende versie van de Erkende Maatregelenlijsten in het Staatsblad staat volgens RVO gepland.
- Eind 2026De Nederlandse regels voor de herziene EED-auditplicht treden naar verwachting in werking.
- 11 oktober 2027Uiterste datum voor het bewijs van een gecertificeerd energiebeheersysteem, bij 85 TJ per jaar of meer.
- 1 december 2027Deadline voor de informatieplicht en de onderzoeksplicht.
Met deze stappen bereidt u zich voor op 1 december 2027:
- Stel per locatie vast of die de drempel van de besparingsplicht of van de onderzoeksplicht bereikt.
- Spreek bij gehuurde panden af wie de gebouwmaatregelen rapporteert en wie de activiteiten.
- Leg per erkende maatregel vast of die is uitgevoerd en waaruit dat blijkt, zoals facturen of opleverdocumenten.
- Ga na of uw onderneming naar omvang onder de huidige EED-auditplicht valt, en of het energiegebruik van het hele concern onder de herziene regels de 10 TJ bereikt.
- Controleer of uw eHerkenning en de machtiging voor RVO-diensten op orde zijn.
De duurzaamheidsrapportage onder de CSRD is een aparte verplichting. Wat die vraagt, leest u bij CSRD en scope 2.
In de Cedrus Energy Manager ziet u al uw aansluitingen en EAN's in één omgeving, met kwartierwaarden per aansluiting en per locatie. Daarmee onderbouwt u het gemeten deel van het jaarverbruik per locatie. Meldingen bij afwijkend verbruik en de verbruikspatronen per locatie helpen bij het zoeken naar besparingskansen.
De Energy Manager dient niets in bij RVO en stelt niet vast of u aan de plicht voldoet; de rapportage blijft de verantwoordelijkheid van uw organisatie. Verbruik dat niet via een gemeten aansluiting loopt, zoals diesel of stookolie, houdt u daarnaast zelf bij.
Bronnen
- RVO: Over de energiebesparingsplicht (drempels, wat meetelt, uitzonderingen, terugverdientijd)
- RVO: Energiebesparingsplicht (bevoegd gezag en omgevingsdiensten)
- RVO: Informatieplicht energiebesparing
- RVO: Onderzoeksplicht energiebesparing
- RVO: Veelgestelde vragen onderzoeksplicht
- RVO: Energy Saving Investigation Obligation (gebouwen, uitvoeringsplan, handhaving)
- RVO: Erkende maatregelenlijsten (EML)
- RVO: Erkende maatregel GA1, energieregistratie- en bewakingssysteem
- RVO: EED-auditplicht
- RVO: Herziene EED-auditplicht
- RVO: Herziene EED-richtlijn en de Nederlandse invoering
- Richtlijn (EU) 2023/1791 betreffende energie-efficiëntie
Laatst bijgewerkt:
